LAATST TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN BOVENAAN:

Two places, one language

expo | Lovenjoel | 10 september tot 15 oktober 2017
http://www.thewhitehousegallery.be
Het beeldend werk van Patrick Keulemans vertrekt van een fascinatie voor taal en communicatie. De (on)mogelijkheid van taal als metafoor voor de (on)mogelijkheid van communicatie. Het verdwijnen van talen, culturele diversiteit, de kwetsbaarheid van het individu in een globaliserende wereld, de homogeniserende effecten van de sociale media: het zijn thema’s die hij aansnijdt.

Taal is een paradoxaal gegeven.  Als drager bij uitstek van betekenis is ze vaak toch niet in staat die betekenis op een adequate manier over te dragen. Ze sluit in maar ook uit, zorgt voor verbinding maar even goed voor misverstand en onbegrip.  Taal combineren met beeld is al helemaal een hachelijke onderneming.  Taal kan de vrije betekenisruimte van het beeld verstikken, vervormen of verengen.  En andersom staan beelden bij woorden de eigen verbeelding vaak in de weg.  In het werk van Patrick Keulemans ervaren we een andere beweging: hij vertrekt van de beeldende, grafische kwaliteit van taal en laat de betekenis veelal ontstaan vanuit dat taal-beeld. In het samenspel van taal-teken en beeld ontplooit zich als het ware een surplus aan betekenis.

Enkele jaren geleden stelde een neuroloog dyslexie vast bij Patrick Keulemans.  De diagnose verklaarde niet alleen zijn moeizame strijd met (vooral) geschreven taal, ze maakte ook de weg vrij voor een stroom aan ideeën, een netwerk van woord-beeld associaties, wat in korte tijd leidde tot een geheel eigen, boeiend en divers beeldend universum. De alternatieve logica van de dyslecticus, de 'ongewone' manier waarop zich in zijn hersenen associaties vormen, wist hij om te buigen tot een krachtig artistiek ingrediënt.

De (on)mogelijkheid van taal staat in het werk van PK vaak voor de (on)mogelijkheid van communicatie, van samen-leven.  Zijn persoonlijke ervaring met dyslexie maakt de kunstenaar extra gevoelig voor de kwetsbare kanten van taal.  Dat blijkt bijvoorbeeld uit de vele werken die handelen over verdwenen talen. Taal wordt bij PK een metafoor om thema’s als culturele diversiteit en de kwetsbaarheid van het individu in een globaliserende wereld aan te kaarten.  Zoals in zijn speelse knipogen naar de wereld van Twitter en Facebook, waar hij aan de kaak stelt hoe we ons als mens blootstellen aan de voyeuristische blik van de anonieme massa.

Hoewel op het eerste zicht licht en toegankelijk is het werk van PK doortrokken van kritiek en reflectie.  Gepokt en gemazeld in de reclame- en communicatiewereld[1], weet hij de argeloze blik van de toeschouwer op een intelligente manier te vangen en te verleiden met de mooie, verfijnde ‘look’ van de objecten die hij maakt.  Daarbij springt zijn gevoeligheid voor materialen en zijn zorg voor afwerking meteen in het oog.  Speelsheid en fijne humor ontlokken de kijker vaak meteen een glimlach.  Om daarna diepere betekenislagen te ontwaren.  Achter een geordende en mooi afgewerkte buitenkant schuilt een steeds chaotischer netwerk van vragen en existentiële twijfels.  Over frustraties, over macht en onmacht, over vergankelijkheid, over menselijke zwakheid, over de noodzaak en het onvermogen van communicatie en van leven-in-relatie.  Maar net als in het leven zelf verzachten de poëzie en de schoonheid van het werk de harde werkelijkheid en maken ze haar leefbaar.

In het netwerk van betekenissen die PK ontwikkelt ontdekken we vaak een wisselwerking tussen verleden en heden. De gepatineerde afwerkingslaag van heel wat werken contrasteert bijvoorbeeld met hun referentie aan hedendaagse media of gebeurtenissen uit de actualiteit. De duidelijke verwijzingen naar illustere voorgangers uit de kunstgeschiedenis worden hedendaags-strak vormgegeven, met de nodige milde kritiek en een dosis speelse zelfrelativering.

PK kijkt niet alleen als kritisch buitenstaander naar het onmogelijke spel dat taal is.  In menig werk smijt hij zich als beeldend activist in de strijd voor de verdediging van lokale talen.  Hij zoekt contexten op waarin zijn werken meer dan symbolische betekenis krijgen. En hij engageert zich in onderzoek door experimentele omgevingen te creëren die kunnen leiden tot een beter beeldend inzicht in de communicatie van bijvoorbeeld bijen. Opnieuw tast hij de grenzen af van verstaan, van controle en macht. 

Dat zoeken vinden we ook terug in zijn werk over religies.  Als vrijdenker kijkt PK met verwondering naar de onderlinge verhoudingen tussen religies, naar hun invloed op onze taal en cultuur.  Net als taal is religie een systeem dat mensen houvast biedt, vormt en verbindt, maar meer nog dan taal is religie verworden tot een machtsstructuur, een hindernis voor de vrijheid en ontwikkeling van het individu.  Hij opent mogelijkheden om de ervaring van religie in een ander licht te stellen of zelfs uit te wissen en opent daarmee bij de kijker een mentale ruimte.

Die mentale ruimte ligt aan de basis van het werk van PK.  Het inzicht in zijn ogenschijnlijke beperking genereert een onuitputtelijke stroom van ideeën.  Het werd de taal waarin PK zich nu in alle vrijheid uitdrukt.  De taal van de beeldend vertaler, die erin slaagt om van elk ding, hoe banaal ook, iets van betekenis te maken.

Lies Daenen


[1] Toen hij zich in 2009 als beeldend kunstenaar profileerde had hij er al een hele carrière als grafisch vormgever op zitten.