LAATST TOEGEVOEGDE AGENDAPUNTEN BOVENAAN:

Ce qui ne ressemble à rien n'existe pas

expo | Lovenjoel | 4 februari tot 11 maart 2018
http://www.thewhitehousegallery.be
In zijn reeks 'Journal drawings' maakt Henri Jacobs (°1957, woont en werkt in Brussel) tekeningen over zijn dagelijkse ervaringen en gebeurtenissen. Hij gebruikt hierbij zowel geometrische figuren (cirkels, vierkanten...) als abstracte patronen (kleurstudies, weefpatronen... ) en tevens figuratieve elementen, voor het merendeel portretten en zelfportretten en tekeningen samengesteld uit woorden.

Al bladerend door Henri Jacobs’ Journal Drawings kwam deze regel van Ralph Waldo Emerson bij me op: ‘Ons leven is een leertijd in de waarheid dat zich rond elke cirkel een nieuwe laat tekenen’. Een spontane associatie, zonder twijfel teweeggebracht door de obsessieve nadrukkelijkheid waarmee cirkels, en cirkels getekend rond cirkels, op die bladzijden figureren. Maar dat geldt evenzeer voor andere geometrische figuren: vierkanten, rechthoeken, driehoeken, veelhoeken en lijnen. Abstracte patronen: vrijFzwevende arabesken, inflexibele rasters, kleurenstudies, weefpatronen. Figuratieve elementen, voor het merendeel portretten en zelfportretten, en tekeningen samengesteld uit woorden en ... Het zijn 666 tekeningen, een significant aantal, de apart genummerde in de depôts niet meegerekend. Nu vormen de depôts het esthetische en conceptuele hart van het boek, want ze geven het ‘journaal’ uit de titel vorm en substantie: ze transformeren wat anders misschien een ongecompliceerde verzameling tekeningen binnen dagboekaantekeningen geweest zou zijn. Ze zijn een bewaarplaats van kunstwerken, boeken, lezingen, evenementen en tentoonstellingen die de kunstenaar in een bepaald jaar in het oog sprongen. Het oog, zegt Emerson, ‘is de eerste cirkel, de horizon die het oog vormt is de tweede’. In het boek staan negen depôts, waarvan de meeste beginnen met een foto van het uitzicht uit een raam of dakraam: de horizon gevormd door het oog van de camera kan op regenachtige dagen met laag hangende wolken dichtbij en tastbaar aanvoelen, maar ook terugwijken en zichzelf in de verte van een helder blauwe lucht verliezen. Soms is het raam omkaderd; af en toe is het terloops zichtbaar in foto’s van het atelier waarin de journaaltekeningen vaak in de hele ruimte verspreid liggen en hangen. Er zijn ook foto’s van de kunstenaar die ergens aan een muurschildering werkt of op de metro wacht, en kiekjes van zomervakanties, en niet te vergeten hier en daar een expliciete tekening. De tekeningen zijn systematisch gedateerd en chronologisch geordend, en de depôts waarmee elk deel wordt afgesloten fungeren als scheidslijn tussen de vracht aan tekeningen van een jaar en die van het jaar daarop. Het boek begint met de tekeningen, maar eindigt met een depôt. Een open cirkel – een emersoniaanse cirkel, zouden we kunnen zeggen, want Emerson keert de cirkel binnenstebuiten. De cirkel heeft altijd symbool gestaan voor de volmaakt in zichzelf besloten, onafhankelijke totaliteit: het onderscheidende kenmerk ervan, het feit dat alle punten op de omtrek zich op gelijke afstand van het middelpunt bevinden, geeft voeding aan het idee dat een cirkel, zoals Borges het formuleert, de ‘minst

slechte’ figuur is om God voor te stellen. Voor Emerson staat de cirkel bij uitstek symbool voor het feit dat het leven en de natuur oneindig zijn, dat het gevoel van totaliteit een onvermogen behelst om in te zien dat ‘elk eind een begin is’ en dat ‘zich onder elke diepte een volgende diepte opent’. Alles is vergankelijk. Als ‘de Griekse beeldhouwkunst volledig is weggesmolten’, dan komt dat doordat ‘het genie dat die kunst voortbracht nu iets anders voortbrengt’, en dat ‘iets anders’ wacht eenzelfde lot: ook dat zal in ‘de onvermijdelijke put’ tuimelen ‘die de creatie van een nieuwe gedachte opent voor al wat oud is’. De natuur ‘verafschuwt het oude’, en de enige zonde, zegt Emerson, is ‘beperking’. Het is dus heel goed mogelijk dat mijn eerste, spontane associatie met een regel van Emerson in feite een reactie was op het boek als geheel, en niet op slechts een deel ervan. Hoe meer ik er immers in blader, des te meer heeft het er de schijn van dat Journal Drawings, op fundamenteel paradoxale wijze, tegelijk het werk is van een gezel in leertijd als dat van een wijze meester in de waarheid dat ‘zich rond elke cirkel een nieuwe laat tekenen’. Tekst Emiliano Battista, vertaling Caroline Meijer.