| Anneke Kubben is lerares plastische
opvoeding en studiebegeleidster in het Sint-Jozefcollege Turnhout. Ze
studeerde textielkunst in Gent, (Sint Lucas), etalage en decorbouw in
Antwerpen en nadien regentaat plastische opvoeding aan de Karel de Grote
Hogeschool, eveneens in Antwerpen. Aanvankelijk kwam ze als interimaris
in tal van uiteenlopende onderwijsrichtingen terecht waardoor ze de kans
kreeg om verschillende technieken en werkvormen uit te proberen. Zelf
formuleert ze haar taak als leerkracht als volgt: “ Plastische opvoeding
onderwijzen is een job die verschillende idealen verenigt: werken met
kinderen, werken rond kunst, cultuur en speels ontdekken, leerlingen een
andere invalshoek aanbieden en samen met hen op zoek gaan naar manieren
om de wereld en zichzelf erin te begrijpen.”
Na een uitgebreide experimenteerfase is Anneke toe aan de ontwikkeling
van een heel persoonlijke stijl. Ze heeft het in die zin over het omzetten
van de chaos aan impressies en prikkels in verhalen, beelden en kleuren.
“Er is een voortdurende overvloed aan inspiratie,” zegt ze,
“en ieder werk is een waarneming, een blik op de wereld, een visie,
een knipoog, een interpretatie. Dit alles kan de volheid en veelheid in
de werken verklaren.”
Ruimte voor interpretatie
Over haar techniek zegt Anneke Kubben: “Het liefst
werk ik met primitieve monotypes (op de rug van papier; rechtstreeks op
een ingeïnkte glasplaat; negatief tekenen) die ik uitknip, in collages
verwerk en weer opwerk met bister, acrylverf, viltstiften, oliepastels,
inkt en goudverf. Dikwijls krijgt tekst een plaats in het werk. Eens toonbaar,
al dan niet met een vergezellend vers, vind ik dat het werk op zich duidelijk
genoeg is. Ik hou er immers niet van om mijn werken nog eens mondeling
toe te lichten, voor de toeschouwers moet er ruimte voor interpretatie
zijn. Zo halen mensen dikwijls een andere versie of formulering van mijn
verhaal naar boven. Dat geeft heel veel voldoening en dit sta ik liever
niet in de weg.”
Naarmate ik meer met Anneke sprak over haar kunst, kreeg ik de indruk
dat ze al die aandacht wat overdreven vond. “Ik klasseer mijn werk
zelf zeker niet onder kunst met grote K. Toevallig startte ik met deze
techniek, en mee door het kleurgebruik, de herkenbare thema’s en
figuratieve stijl kreeg ik veel bijval. Het is toegankelijk, zelfs kinderen
vinden het tof, en net dat volkse vind ik belangrijk. Ik streef er niet
naar om kunstenaar te zijn of te worden, ik ken trouwens mijn beperkingen
maar ik vind het belangrijk om veel mensen te bereiken, ook mensen die
misschien nooit een voet in een museum of galerij zetten. Tegelijk merk
ik dat ik ondanks de naïeve stijl meer en meer geoefend en geroutineerd
werk. Het lesgeven gaat vlotter en gerichter, doordat ik veel werk aan
mijn creaties en ik denk dat het ook andersom werkt. Door het lesgeven
wordt het gemakkelijker om iets abstracts te benoemen en vorm te geven.”
Naast haar schilderwerk experimenteert Anneke ook met kinderpoëzie
en illustraties en ontwerpt ze wenskaarten, geboortekaartjes en bedrukkingen
voor kinderkleding.
Een droedeltje-in-de-kantlijn
“Ervaren is genieten,” schrijft ze in de tekst
die haar tentoonstelllingen begeleidt, “en zowel de diepmenselijke
tristesse die soms zo intens aanwezig is, als de alomtegenwoordige schoonheid
en liefde rondom ons, kunnen uitgedrukt worden in poëtische metaforen,
in een versje, een klein verhaal, een aftelrijmpje of een droedeltje-in-de-kantlijn...
En ook die helpen me om mijn waarnemingen te begrijpen en de wereld in
al zijn complexiteit beter te appreciëren.”
( Tekst: John Dondeyne voor “Kempen artistiek” in Onderox,
april 2008)
|