| Verwijzend naar een citaat van Theodor Adorno:
"Die wahre Sprache der Kunst ist sprachlos”, of zoals Willem
Vermandere zegt: ” Teveel woorden vermoeit de waarheid”, zouden
mijn werken voor zichzelf moeten spreken, maar ik ga toch proberen mijn
visie kort te verwoorden. Ik hou er niet van om mijn werken een titel
te geven. De titel duwt de toeschouwer in een bepaalde richting. Ik wil
de zaken niet te expliciet stellen. Er moet zoveel mogelijk ruimte zijn
voor een eigen interpretatie van de toeschouwer. Ik reik hem een sfeer
aan, in de hoop dat hij die met zijn eigen denken en gevoelswereld aanvult.
Mijn vertrekpunten zijn langs de ene kant jeugdervaringen uit Oostende
die terug naar boven komen door bepaalde situaties en de vraag waarom
ze nu terug opduiken. Deze gevoelens leven zo sterk in mij dat ik ze ergens
kwijt moet. Langs de andere kant bedenkingen bij of confrontaties met
onze huidige consumptiemaatschappij. De domeinen die mij raken zijn de
natuur, leven en dood, de aftakeling van de mens en de maatschappij. Er
zit een zeker dualiteit in mijn werk. Enerzijds maak ik emotionele werken
waarbij het materiële aspect, de vormgeving hoofdzakelijk aanwezig
is. Anderzijds onderzoek ik het banale waarbij de gedachte, het concept
en het proces belangrijker zijn. Ik wil me niet vastpinnen. Ik wil werken
met een open horizon. Voor mij is eenvormigheid hetzelfde als dood, verschil
zorgt voor leven. Ik kies mijn materiaal in functie van de ervaring of
het gevoel dat ik wil uitdrukken. Ze komen in mijn leven, raken mij en
ik probeer daarmee om te gaan, ze te verwerken. Het is een beeldend veruiterlijken
van gevoelens en stemmingen. Soms zegt men dat emoties ons beoordelingsvermogen
vertroebelt, dat gevoelens onze redeneringen saboteren, dat sentiment
inzicht uitsluit en sentimentaliteit de actieve geest verlamt. Maar is
het ook niet zo dat wanneer je gevoelig bent, je de indrukken van buiten
sneller waarneemt? Bij maatschappelijke observaties en confrontaties benut
ik eerder een eenvoudig beeldend middel om zo dicht mogelijk bij de alledaagse
werkelijkheid, bij de banaliteit te komen. Ik wil dat de toeschouwer het
aangereikte idee zelf in gedachte verwerkt. In tegenstelling tot de emotionele
creaties waarbij het object bij de toeschouwer naast een emotie vooral
een visuele verwondering teweeg brengt, moet de toeschouwer nu effectief
meer inhoudelijk actief bezig zijn.
|