Elk van mijn werken doorloopt verschillende
stadia, telkens via een ander medium: concept (meestal samen met de titel,
die altijd een essentieel onderdeel van mijn werk is), enscenering, foto,
en ten slotte doek en verf. Elke stap voegt een interpretatieve laag aan
de vorige toe. Hoewel de schilderijen voor realistisch doorgaan, zijn
ze het resultaat van een, doorheen de genoemde stadia, steeds verdergaande
‘gemaaktheid’ en dit door de aard van het medium, de pose
(geacteerd), de soms extreme fotografische lichteffecten en de mate van
arbeidsintensiviteit. Hoe materiëler het werk wordt, hoe minder werkelijks
er in feite overblijft. De vraag is wat dan nog werkelijk is. De leegte
is dan ook een bijzonder belangrijk element in mijn werk.
Omdat ik tot nu toe voor bijna al mijn werk een beeld van mezelf als onderwerp
neem, kan die vraag ook op het vlak van mijn persoon gesteld worden. Bij
uitbreiding geldt dat echter voor om het even wie. Wie hier afgebeeld
wordt speelt in feite geen enkele rol. Het werk neemt de toeschouwer,
als die daartoe bereid is, mee in het ondervragen van zijn/haar eigen
werkelijkheid: het zelfportret van de kijker. Of zoals het in een interview
geformuleerd werd: “wat je ziet ben je zelf”...
|