Waarom
ik bijna uitsluitend realistische stillevens schilder:
De behoefte een voorwerp zo te schilderen dat bij de toeschouwers de indruk
ontstaat het voorwerp te kunnen vastnemen, zou een reden kunnen zijn.
Er is echter nog een andere optie. De uitdaging het zogezegde "dode"
voorwerp te doorgronden is veel indringender. Het is dan ook boeiender
als de dingen een geschiedenis hebben. Voorwerpen die soms in talloze
handen geweest zijn krijgen een "patine", een huid bijna.
Ik stel mij dus vragen: Wat is met dit object al niet gebeurd, waar heeft
het verbleven, waarvoor werd het gebruikt, enz? Die lagen losweken en
doordringen tot de kern, tot de ziel van het voorwerp. Dat is het boeiend
aspect bij het schilderen van een stilleven. Dat doordringen gebeurt door
de soms wekenlange confrontatie of "dialoog" met de dingen.
Want het schilderen van stillevens is, althans voor mij, een zeer intense,
dikwijls langdurige en geconcentreerde bezigheid. Het is een soms vreemde
ervaring, bij het voortdurende speurwerk, wat de voorwerpen in zich dragen.
Fruit of groenten zijn andere boeiende elementen. Daar wil ik het lezen
zelf laten aanvoelen. De "onderhuidse" spanningen veroorzaakt
door de sappen laten aanvoelen is een andere uitdaging. Als een toeschouwer
de reuk of de smaak ervaart bij het zien van dergelijke werken dan denk
ik dat mijn poging geslaagd is.
Wat "beelden uit een stad", al dan niet binnen- of buitenkant
van een gebouw betreft, zijn voor mij ook een soort stillevens. Het zijn
evengoed stilstaande dingen. De invulling is wel enigszins anders, maar
het zijn voor mij ook voorwerpen die met hun eigen geschiedenis beladen
zijn. Die moeten dus ook met de nodige omzichtigheid benaderd worden.
Ook daar is het een uitdaging het geheim achter het oppervlak te ontdekken.
De ultieme reden die mij bij dit alles drijft is de toeschouwer uit te
nodigen om te kijken naar die banale dagelijkse voorwerpen of gebouwen
die ons omringen. Wat het licht daarmee doet, hoe de vormen en de kleuren
zich tegenover elkaar verhouden en ook hoe "mooi" dat alles
kan zijn. Voorwaarde is dat men bereid is te "kijken", om uiteindelijk
te "zien" .
"Schoonheid" in de kunst moet ook in de 21e eeuw mogelijk zijn
(er is al zoveel lelijkheid in al zijn vormen rondom ons) evenals dit
was in de 16e en 17e eeuw. Mijn hoop is dan ook dat mijn werken de nodige
rust uitstralen om de dagelijkse stress even te doen vergeten. |