Drie paneelschilders aan het woord

Dirk Boulanger, Chiara Lammens en Jenny Van Gimst

Wie deelneemt aan de open call Op eigen hout staat voor de uitdaging om te schilderen op hout. We gingen alvast eens luisteren naar het verhaal van Dirk Boulanger, Chiara Lammens en Jenny Van Gimst, drie doorwinterde paneelschilders. Wat maakt werken op hout voor hen zo bijzonder? 

Dirk Boulanger

Ik heb altijd al op hout geschilderd, nooit op doek. De reden is dat ik al van in het begin op groot formaat werk: mijn werken meten meestal twee op anderhalve meter. Doek is dan veel duurder: aangezien het niet om standaardformaten gaat, moet je een houten frame op maat laten maken. En dan heb je nog het doek zelf. 
In het begin werkte ik op mdf, dat is het goedkoopst, maar intussen werk ik standaard op 9 mm multiplex. De houtsoort zelf speelt geen rol voor mij. Bij doek, hoe fijn ook, blijft er altijd een zekere structuur zichtbaar. Ik start steeds met het aanbrengen van enkele lagen gesso. 
Om de panelen goed te bewaren en tegen het kromtrekken, voorzie ik elk paneel van een metalen frame. Dat is nodig voor zo'n grote afmetingen en 9 mm multiplex.  

Schilderij Dirk Boulanger
Dirk Boulanger

Chiara Lammens

Bij de eerste prille ‘schilderen-op-doek momenten’ slaagde ik er altijd in deuken te maken in het opgespannen doek. Werken op een stevige plank daarentegen staat me toe om wat grover en energiek te werk te gaan, met veel lagen olieverf op te bouwen, weer af te schrapen, in te krassen, wat op te schuren. Het zijn ook geen fragiele ‘schilderijtjes’: lange tijd blijven het gekleurde planken die rondzwerven in het atelier. Ik laat me tijdens het werken graag leiden door de toevallige kleurvlekken die vrij komen bij afschrapen, de houttextuur die richting geeft… Het hout biedt me een spoor. 

Mijn schilderijen zijn eerder aan de kleine kant, ik werk graag gedetailleerd en gebruik enkel recuperatiehout. Dat vind ik in mijn nabije omgeving: restjes in de doe-het-zelfwinkel, bij het grofvuil in een container, rare vondsten in de kringloopwinkel,…  In de gemeenschappelijke afvalverzamelplaats van mijn vorige atelier vond ik heel wat. Daar werden appartementen leeggehaald, soms volledige inboedels: een mooie bron van heel verscheidene ondergronden.  
Meestal behoud ik de formaten of verhoudingen van de planken die ik vind. Vaak zijn het net de mooie vormen die me op weg zetten. Het rugpaneel van een spiegel, een zijkant van een kastje, een verstoft souvenir, de formaten en vormen dragen soms een lang vergeten functie in zich mee.  

Omdat ik op zo veel verschillende soorten hout werk - liefst wel stevige soorten - behandel ik deze met gesso, soms gedeeltelijk waardoor het hout nog aanwezig is. Ik schilder met olieverf of gouache. 
Eenmaal de panelen in mijn atelier beland begin ik met ze een kleurlaagje te geven, zoek ik welke kleur past bij welk plankje. Hier ga ik mee door tot het klopt (ik bedenk me nogal vaak). Hierdoor hebben de planken heel wat verflagen op zich, met halve aanzetten of oude ideeën als onderlaag. Op een bepaald moment klopt de combinatie van een bepaalde plank, met bepaalde eigenheid en afmetingen met een schets voor een nieuw beeld. Dan kan ik er echt aan beginnen. 

Gaandeweg schraap ik vaak af en komen de oude kleuren weer boven. Al deze stappen zijn belangrijk bij in het ontstaansproces. Zo zou je kunnen zeggen dat de eigenheid van elke plank een grote impact heeft op hoe het uiteindelijke schilderij er komt uit te zien. Zo had ik eens een mooi plankje in twee gezaagd en in andere kleuren gezet, na een aantal jaar lagen ze ineens weer naast elkaar. De twee totaal verschillend geworden ondergronden pasten nog steeds mooi in elkaar, werden gelijmd en werden zo een tweeluik. 

Chiara Lammens
Chiara Lammens

Jenny Van Gimst

Ik ben fijnschilder en schilder daarom op paneel: met canvas blijf je de draad altijd zien en dat maakt dat ik niet fijn genoeg kan schilderen.  Mijn panelen – steeds mdf – prepareer ik door 3 lagen gesso aan te brengen en die na elke laag op te schuren. Zo verkrijg je een heel fijn oppervlak.  
Om het kromtrekken van het paneel te vermijden, breng ik aan de achterkant 1 of 2 lagen matte houtverf aan.  

Ik schilder naar de natuur, stillevens, en moet van dichtbij kunnen werken. De maximum afmetingen van mijn werk bedragen zo’n 80 op 80 cm. Zoals de oude meesters werk ik in olieverf, en gebruik goed dekkende verf met veel pigment (liefst ‘Mussini’ van het merk Schmincke). Gewoonlijk schilder ik in zo’n 3 tot 4 lagen. Mijn medium maak ik zelf met walnootolie en terpentijn. Wanneer het werk volledig droog is werk ik het af met een vernis, dat is gewoonlijk na een viertal maanden. 

Qua techniek ben ik zeker schatplichtig aan de klassieke schilders. Voor mij is dat het beste wat er is; alles is daaruit gegroeid. Zelf genoot ik ook een heel klassieke opleiding aan de Academie van Antwerpen. Ik heb me dus verdiept in de oude schildertechnieken, maar uiteindelijk ontwikkelt elke schilder zijn eigen techniek; je zet de techniek naar je eigen hand.  

Waar deelnemers van Op eigen hout rekening mee moeten houden? Voor wie met olieverf schildert: hou rekening met de droogtijd. Ik heb de indruk dat verf sneller droogt op doek dan op paneel.  

Jenny Van Gimst
Jenny Van Gimst

Wil je deelnemen aan Op eigen hout? Inschrijven kan nog tot 10 mei, via deze link. Wees er snel bij: er zijn maar 300 panelen beschikbaar. Succes!