Jan Van Eyck en het Lam Gods

Een duik in de geschiedenis met dit 15e-eeuws meesterwerk

Het Lam Gods heeft door de eeuwen heen mensen gefascineerd en aangetrokken. Nu, 600 jaar later, kunnen we het schilderij in al haar pracht terug bewonderen. De verf van de meester schittert als nooit tevoren nu de vergeelde vernis is weggehaald. 
In het kader van Op eigen hout vroegen we kunsthistorica Petja Gekiere om ons wat meer te vertellen over het beroemde drieluik.

HET ALTAARSTUK 'LAM GODS' ONDER DE LOEP

Wie schilderde het Lam Gods: Jan of Hubert?
Het was lange tijd onduidelijk wie van de twee broers nu precies welk stuk schilderde. Daar kwam nog een vraag bovenop: wie zette de eerste penseelstreken? Het kwatrijn op de lijsten van het buitenpaneel bevestigt: Hubert van Eyck begon in 1420 aan de opdracht en werkte er aan tot zijn dood in 1426. Broer Jan maakte het verder af tussen 1430 en 1432. Al is het bijna onmogelijk om te achterhalen wat Hubert schilderde en wat Jan toevoegde. 
Het Lam Gods werd onthuld op 6 mei 1432 in het bijzijn van Filips De Goede, Jan van Eyck en de opdrachtgevers Isabella Borluut en Judocus Vijd. We zijn in 2020 erg onder de indruk van de kleuren, het fabuleuze realisme, de weergave van de huid en de stoffen op het schilderij. En van het licht dat subliem is weergegeven op edelstenen en schilden. Welke indruk moet dit werk dan in 1432 niet hebben nagelaten? 

De schilder/architect Vasari zei over de niets verhullende realistische portretten dat ‘enkel hun adem ontbrak’.  

Jan Van Eyck, Man in a Turban, 1433, Oil on wood, 25,5 x 19 cm, National Gallery, London
Jan Van Eyck, Man in a Turban, 1433, Oil on wood, 25,5 x 19 cm, National Gallery, London © Emme Debi

Omzwervingen, restauraties, diefstal: een bewogen geschiedenis
Dat het Lam Gods in de 15e eeuw een absoluut meesterwerk was, ontging niemand. Kunstenaars als Dürer kwamen het bewonderen, machthebbers wilden het meesterwerk bezitten. Tijdens de Beeldenstorm in de 16e eeuw moest het paneel zelfs tweemaal in veiligheid worden gebracht. Door de eeuwen heen onderging het heel wat restauraties en reinigingsbeurten. Ook tijdens de Franse Revolutie en onder Napoleon bleef het retabel niet gespaard van bewogen reisavonturen. Tussendoor zorgde een brand in de Vijdkapel er nog voor dat het centrale paneel middendoor brak en dat er een grote restauratie moest worden uitgevoerd. Het Lam Gods werd toen ook overschilderd en keek ons vanaf dat ogenblik niet meer recht in de ogen.  

Maar in de nacht van 10 op 11 april 1934 vindt één van de grootste mysteries in de kunstgeschiedenis plaats: de roof van de panelen ‘Johannes de Doper’ en ‘De Rechtvaardige Rechters.’ Na afpersingsbrieven gericht aan het bisdom werd de grisaille van Johannes terugvonden in het bagagedepot van het Brusselse Noordstation. Maar het paneel van de Rechtvaardige Rechters verging het net iets anders. De vermoedelijke dief, Arsène Goedertier, gaf op zijn sterfbed toe dat hij wist waar het paneel ‘De Rechtvaardige Rechters’ zich bevond. Het geheim nam hij echter mee in zijn graf. Regelmatig duikt nog eens een anonieme tip op. Het paneel blijft raadselachtige complottheorieën opborrelen, want tot op de dag van vandaag is het paneel nog steeds niet gevonden. 

Restauratie van het Lam Gods (MSK Gent) © Paul Hermans
Restauratie van het Lam Gods (MSK Gent) © Paul Hermans

FENOMENAAL: DE TECHNIEK EN HET OBSERVATIEVERMOGEN VAN VAN EYCK

Wat maakt dit werk zo bijzonder? Zonder twijfel was van Eyck beïnvloed door miniaturisten, beeldhouwers en paneelschilders van zijn tijd. Toch staat zijn kunst qua realisme en techniek mijlenver af van wat er op dat ogenblik werd gemaakt.  

Techniek
Om zijn niveau van schilderen te bereiken waren een aantal voorwaarden belangrijk. Ten eerste: het medium waarmee van Eyck werkte, namelijk olieverf. Volgens Vasari was hij de uitvinder van de techniek, maar dat is een fabel. Olieverf werd al in de 14 eeuw gehanteerd. Van Eyck voegde er siccatieven aan toe waardoor de verf sneller droogde. Hierdoor kon hij op een andere manier te werk gaan: hij schilderde verschillende lagen boven elkaar en bracht glacis (een zeer dunne transparante eindlaag) aan. Deze werkwijze zorgde voor een grote variatie aan kleurschakeringen, helderheid en saturatie.  
 

 Jan Van Eyck, Portrait of Giovanni Arnolfini and his Wife, 1434, Oil on oak, 82 x 60 cm, National Gallery, London
Jan Van Eyck, Portrait of Giovanni Arnolfini and his Wife, 1434, Oil on oak, 82 x 60 cm, National Gallery, London © Emme Debi

Observatievermogen
Van Eycks observatievermogen was fenomenaal. Als een onderzoeker bestudeerde hij de geologische lagen in rotsen, de maan, de formaties van wolken, het uitzicht van planten en bloemen. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten in Italië kon hij niet terugvallen op de kennis van het lineair perspectief. Van Eyck ontwikkelt het atmosferisch perspectief, waarbij de contouren flou worden naarmate de horizon dichterbij komt. Hij creëerde een ‘spiegel’ van de werkelijkheid op macro- en op microniveau, door een eindeloos geduld aan te dag te leggen en te vertrouwen op wat hij zag.  

Wetenschappelijke kennis
Als hofschilder had van Eyck ook toegang tot de kennis van zijn tijd. Onder andere de ideeën van Alhazen (een Arabische wiskundige uit de 11de eeuw) over de werking van het licht circuleerden aan het hof. De optische regels waren een aanvulling op het observatievermogen van de kunstenaar. Ze stelden hem in staat om de meest complexe zaken te schilderen, zoals de weergave van het licht op bolle en holle oppervlaktes. Dat zie je bijvoorbeeld op de schilden en harnassen van de kruisridders in het Lam Gods. Hij slaagde er ook in om de breking van het licht te schilderen op edelstenen en parels, of hoe het licht glijdt doorheen water of hoe fluweel en bont het licht absorberen. Ongezien voor die tijd.  

Als ich kan ©  National Gallery / CC BY
Als ich kan © National Gallery / CC BY

Van Eyck ontwikkelde een weergaloze techniek en was creatief in het bedenken van nieuwe compositieschema’s. Zijn motto was ‘Als ich can’, een zin die hij schilderde op veel van zijn werken. Hiermee gaf hij aan dat hij Gods schepping naar zijn allerbeste vermogen wilde weergeven. Zeshonderd jaar later lijkt zijn virtuositeit nog niets aan kracht te hebben ingeboet.  

Auteur
Petja Gekiere