Nils Verkaeren

Op avontuur met een buitenschilder

Nils Verkaeren begeleidt op zaterdag 29 augustus de zomereditie van Painting Nights in Het Zwin Natuur Park. Nils is als buitenschilder pur sang de aangewezen persoon om je met advies bij te staan tijdens dit schildersatelier in volle natuur. Maar wat trekt hem aan in buitenschilderen en wat zijn de do's en don'ts?  

Foto: Joseph Puglisi
Foto: Joseph Puglisi

Nils Verkaeren doet het beroep buitenschilder alle eer aan. Met het impressionistische vlakke land of de kleine Belgische beekjes heeft hij nog weinig, met de ongerepte natuur des te meer.

Toen hij net afgestudeerd was, miste Nils Verkaeren het om zijn fantasie en verbeelding te kunnen gebruiken. Hij wisselde sessies in zijn atelier steeds meer af met momenten in openlucht, en trok er onder andere vaak op uit naar het Land van Saetingen. ‘Voor mij gaat schilderen meer over emoties en over tijd. Net vanuit de waarneming ga ik aan de slag. Het voorbijglijden van de tijd is heel interessant: eigenlijk ben je altijd te laat. Je begint een wolk te schilderen, maar eens die geschilderd is, heeft diezelfde wolk alweer een volledig andere vorm en kleurschakering aangenomen. Je schildert eerder een samenvatting van het landschap dan dat je één moment kunt vatten op doek. Als je de volgende dag op dezelfde plaats terugkomt, wordt het nog boeiender. Het creëert een soort onrust in mij en mijn werk.’

Maar het licht in Antwerpen werd hem te grijs, en nergens vond hij de ongereptheid in België waar hij al zo lang naar op zoek was. ‘Het is hier heel moeilijk om te verdwalen, want de open ruimte is hier erg schaars. Natuur is in België eerder een schaamstrook tussen industriegebied en woonzone in. Het lijkt iets dat moedwillig teruggegeven is aan de natuur.’

Op naar Argentinië

En dus reed hij enkele jaren geleden in een kleine camionette langs de mythische Ruta 40: een route van meer dan 5.000 kilometer lang die West-Argentinië doorkruist. Nils leerde er met een minimum aan verf en doek aan de slag te gaan, schilderde zelfs op plankjes die hij langs de weg vond,. Ondertussen reed hij van plek tot plek door het Argentijnse landschap. ‘Ik schilderde ’s avonds wat ik die dag gezien had, van de routes die ik die dag gereden had. Op zich zijn het dus steeds imaginaire landschappen, eerder een collage van mijn ervaringen en herinneringen. Ik vermeed om op één locatie te blijven. De Ruta 40 werkte dat perfect in de hand.’

‘Als ik één landschap zou willen schilderen, dan kan ik evengoed een foto nemen van die plek en dat later naschilderen in mijn atelier. Maar zo werkt het niet voor mij. Ik begrijp wel dat mensen steeds vaker een foto naschilderen, maar dan gaat alle fantasie en verbeelding verloren. Francis Bacon gebruikte ook foto’s als inspiratiebron, maar die waren verfrommeld en werden deel van een groter geheel. Voor mij zit de meerwaarde erin om je vanuit een beeld te kunnen afvragen wat je wel en niet kan schilderen. Vanaf dan ontstaat er een interessante dialoog tussen schilderkunst en fotografie.’

Na zijn reis trok hij zich terug in zijn atelier in Antwerpen, maar voelde al snel de nood om weer het vliegtuig op te stappen. ‘Anderhalf jaar na die roadtrip waren al mijn herinneringen en impressies op. Net voor ik op mijn volgende reis vertrok, schilderde ik enkel nog monochromen, want het enige wat ik me nog kon herinneren waren licht en emotie. De exacte vormen kon ik mij helemaal niet meer voor de geest halen.’

Landschap à la carte

Zijn laatste trip bracht hem naar het Amazonewoud van Colombia. Nils bouwde er gigantische spieramen met hout dat hij ter plaatse vond en liet zijn dagschema bepalen door de natuur. Maar opnieuw: op dezelfde plek blijven is nefast voor Nils.
‘Op een bepaald moment raak ik steeds minder geboeid door de plek waar ik mijn spieraam installeer. In de hoop dat het op een andere plek beter zal zijn, ga ik wandelen. Dan doe ik ondertussen nieuwe impressies op en vind ik ook sneller oplossingen voor mijn schilderijen. Al blijken er op die nieuwe plek dan net evenveel insecten te zitten als op de vorige.’

En niet alleen de insecten zijn een uitdaging in de jungle, ook de beperktheid in materiaal beïnvloedt zijn werk. ‘Op een bepaald moment besefte ik dat ik maar acht tubes verf meer over had met nog zeker tien dagen voor de boeg. Dan moet je daarop kunnen inspelen, iets wat het juist zo interessant maakt.’ Ook de grootte van zijn doeken bepaalt zijn manier van schilderen, ver weg van de verfwinkels: ‘Als ik niet in mijn atelier werk, wil ik juist niet dat ik mijn werk op één dag afkrijg. Door mijn doeken zo groot te maken, iets wat aanvankelijk uit noodzaak gebeurde, verplicht ik mezelf om meerdere landschappen te vatten op hetzelfde doek. Ik trek naar andere locaties en stap zo haast vanzelf af van die impressionistische benadering om één moment in de tijd vast te leggen. Ik hou er juist van om het landschap te kunnen deconstrueren, er bijna een landschap à la carte van te maken.’

Foto: Joseph Puglisi
Foto: Joseph Puglisi

En toch is hij steeds blij om terug te keren naar zijn atelier, midden in de stad. Onvermijdelijk sluipt die alledaagse Antwerpse omgeving zijn atelier binnen. Al meent Nils dat het geen invloed heeft op zijn werk. ‘Ik voel de drang niet om de stad te schilderen, net omdat ik er middenin woon. Hier schilder ik verder, gevoed door mijn impressies van mijn reizen. In tegenstelling tot mijn dagen in het Amazonewoud wil ik mijn werken hier wél op één dag af hebben, want hier in de stad ben je sneller afgeleid. Al is het tempo van die anderhalve maand in het Amazonewoud ook niet vol te houden. Mensen vormen al snel een romantisch idee bij mijn reizen, maar het geluid in de jungle stopt nooit, je hangmat stinkt, en ik had schimmel op mijn schildersbroek. Je maakt enorme sprongen in zo’n periode, maar het maakt je ook echt gek.’ 

Painting Nights #2

De luxe om van plaats tot plaats te trekken, zich de omgeving eigen te maken en gedurende een lange tijd impressies op te doen op eenzelfde plek, is niet voor iedere landschapsschilder weggelegd. Zo zal een avondje schilderen in het Zwin tijdens Painting Nights ‘maar’ vier uur duren. Al spreekt Nils, die tijdens het evenement klaar zal staan met goede raad, dat snel tegen: ‘Tijdens Painting Nights #2 zullen de deelnemers naar de zonsondergang toe schilderen, en net dat kantelmoment in de avond is erg interessant. Ik vermoed dat hun kleuren zullen verdonkeren naarmate de avond valt, en dat er op die manier sowieso informatie zal worden weggeschilderd. Uiteindelijk zullen er verschillende tijdspannes en landschappen gevat zitten in eenzelfde schilderij. Je mag zo’n avond schilderen zeker niet onderschatten.’

Foto: Joseph Puglisi
Foto: Joseph Puglisi

Wat als hij dé ultieme tip zou moeten geven aan een landschapsschilder?
‘Een goeie portie zelfkennis is heel belangrijk. Wil je een venster op de wereld schilderen of zelf op zoek gaan naar grafische patronen in de natuur? Daarin zit al een verschillende klemtoon. Probeer in alle geval niet gewoon een voorstelling te schilderen van wat je ziet. Daar zijn camera’s voor. Probeer met je eigen ogen naar de werkelijkheid te kijken en daar gevoel bij te stoppen. Elk portret is eigenlijk een zelfportret. Ik geloof zeer sterk dat dat bij landschapsschilderkunst niet anders is.’

Op zaterdag 29 augustus is Nils begeleider van de tweede editie van Painting Nights in Het Zwin. 

Meer info

Auteur
Zoë Hoornaert