Word een meester in je werk presenteren

Zo pakt Steffi Marreel het aan

Er zijn kunstenaars die de presentatie van een kunstwerk even belangrijk vinden als het werk zelf. Zo ook Steffi Marreel (°1990). De manier waarop ze haar potloodtekeningen presenteert is bijzonder en persoonlijk. Door de zelfontworpen presentatieobjecten in eikenhout en staal komen haar tekeningen helemaal tot hun recht. 

Je ontwikkelde een heel eigen presentatiestijl. Hoe is die ontstaan?
Steffi:
Op de academie presenteerde ik mijn tekeningen gewoon met nageltjes aan de muur. Dat evolueerde toen ik begon deel te nemen aan exposities. Vaak is een voorwaarde je het werk inkadert. Dus kocht ik kaders in de handel. Maar papierformaat en kaderformaat komen zelden overeen. Dan moet je werken met een passe-partout, wat ik niet erg aantrekkelijk vind.

Mijn vriend en ik zijn gaan samenwerken voor de presentatie van mijn werk. Ik ben vormgever van opleiding en heb altijd veel ideeën. Mijn vriend kan die uitvoeren: hij maakt nu de kaders en de opstellingen voor mijn tekeningen. We gaan in dialoog over een idee, maken testen en in samenspraak komen we tot een resultaat waar we allebei achter staan.

In het begin werkten we met eiken kaders die bovenaan open waren, in een uniform formaat. Zo kon ik tekeningen gemakkelijk wisselen. Daarnaast presenteerde ik mijn tekeningen ook in eiken boxen, met een plexi stolp. Die bevestigde ik meestal aan de muur, soms vrijstaand in de ruimte.

Voor een expositie in het Koetshuis in Waregem gingen we nog een stap verder. Omdat het niet toegelaten was om nagels in de muur te slaan, maakten we van de nood een deugd. We ontwierpen hangconstructies in staal voor die specifieke ruimte. Zo hingen mijn tekeningen vrij in de ruimte, niet meer in kaders of boxen. Het staal lakten we wit, waardoor het zwarte van de tekeningen goed tot zijn recht kwam.

De ruimte bepaalde dus hoe je je werk presenteerde? 
De ruimte is altijd een vertrekpunt. Voor een expo maak ik graag nieuw werk, waarbij ik van bij aanvang rekening hou met de eigenschappen van de locatie. Die zijn medebepalend voor o.m. het formaat van de werken, of je het werk hangend of liggend kan presenteren. Het idee voor een presentatie gebeurt organisch. Afgestemd op de ruimte maken we een opstelling met een combinatie van ouder werk met nieuw werk.

Zie je de presentatie van je werk als deel van het werk? 
Ik ben er niet bewust mee bezig. De ruimte en de opstelling moeten een werk versterken, niet overheersen. De tekening staat op zich.

Werk je soms ook nog met een meer klassieke opstelling? 
Zeker. Soms komt iets goed tot zijn recht in iets heel eenvoudig. Dan werk ik met fijne kaders, wel altijd zelfgemaakt.

Denk je al aan volgende mogelijke stappen?
Ik wil mezelf iedere keer uitdagen. Tot nu toe werkte ik altijd op papier. Het idee voor de installatie volgde. We maakten al verschillende opstellingen die ik nog niet gebruikte in een expositie. En soms speelt het in mijn hoofd om van daaruit te vertrekken, omgekeerd te werken. Om die bestaande objecten als startpunt te nemen en te kijken waartoe dat leidt. Misschien rechtstreeks op de kaders of boxen tekenen, weg van het papier. Ik hou ervan om te blijven experimenteren.

Heb je nog een tip om af te sluiten?
Als je voor een niet-conventionele presentatie van je werk kiest, is het belangrijk er als kunstenaar volledig achter te staan. Het publiek heeft vaak een sterke mening over de opstelling en niet iedereen is te vinden voor een niet-klassieke presentatie. Het is dan belangrijk dat je overtuigd bent van je keuze.

Over het werk van Steffi
'Ik werk uitsluitend met potlood op papier. Meestal vertrek ik van eigen foto’s die ik telkens opnieuw gebruik: voornamelijk portretfoto’s van mezelf of mijn zus, bedekt met eigen haar. Door de foto’s te plooien krijg je telkens andere onthullingen en betekenissen van het oorspronkelijke beeld. Met deze fragmenten start ik mijn potloodtekeningen die na enige tijd hun eigen weg gaan en los komen te staan van het oorspronkelijke beeld.

Mijn werk is ergens gewoon een zelfportret, maar toch ook veel meer. Een spel van suggestie en verdwijning. Door vouwen en lacunes heeft mijn werk een eenvoudige complexiteit. Ik teken met een delicate verfijndheid composities die verwijzen naar een zekere troostende geborgenheid, iets tussen bedekt en onbedekt. Ik bedek met haar. Het lichaam wordt ermee bedekt, maar dan alleen om ontdekt te worden. Ik bedek ook wanden met tekening en papier, tijdelijk en voorlopig. Door bedekking maak ik duidelijk hoe ik mezelf wil laten zien. De afmetingen van de werken variëren nogal: van kleinere A4 werken tot grote werken van 2 meter hoog.’

Auteur
Annemie Vingerhoets