Bob Jansen
Kortrijk, België
Geboren in Zutphen.
Later in Roosendaal, Rotterdam en Antwerpen
Dan in Brussel
En nu in Kortrijk.
De Correlatie in de warmte van de Flux: Een filosofie van Voorstelling als kosmische verschijning.
Met grote dank aan Heraclitus en Nietzsche, mijn eeuwig inspirerende grote presocraten
Inleiding
Elke poging om de werkelijkheid te begrijpen, stuit op een fundamentele paradox: de wereld te verklaren met het instrument waarmee die wereld waargenomen wordt. Veel filosofische tradities lossen dit op door de werkelijkheid te splitsen in materie en geest, of door de wereld te reduceren tot een loutere illusie, oftewel een trancendentale orde. Dit essay hoopt een nuchtere, intern consistente doorlichting van de menselijke existentie te bieden en stelt een alternatief model voor. Een model dat de absolute eenheid van de natuur bewaart, maar tegelijkertijd recht doet aan de mathematische en ordenende wetmatigheden van de voorstelling.Het is een filosofie van radicale immanentie, waarin de mens geen buitenstaander is die naar de kosmos kijkt, maar waarin de kosmos via de voorstelling van die mens, zichzelf ordent.
1. Het Monisme van de Natuur
De eerste en fundamentele grondslag van de filosofie luidt: alleen de natuur bestaat.Alles wat is, behoort tot één en dezelfde objectieve, wetmatige realiteit. Er is geen bovennatuurlijke sfeer, geen cartesiaans dualisme waarin een immateriële ziel losstaat van een materieel lichaam. Er is alleen het zijnde.
De mens, als mensheid en in het individu, als het ik en ego, is in de kleinste elementen – als atomaire eenheid – een integraal onderdeel van deze natuur; de mens is een hemellichaam in de kosmos. Ontologisch gezien is er geen breuklijn tussen de mens, het ik, het ego en het universum. Er is sprake van een totale, ononderbroken correlatie waarin alles met alles samenhangt.
2. De Mathematische Paradox van de Voorstelling
Er is geen noodzakelijke structuur, hooguit een te begrijpen immanente. Hoewel er ontologisch geen verschil is, ontstaat er vanuit het menselijk perspectief een schijnbare dualiteit. Ik, zoals iedere mens, kan de natuur immers nooit 'op zichzelf' kennen, maar uitsluitend zoals deze aan mij verschijnt: als voorstelling.
Deze splitsing tussen het waarnemende 'ik' (mijn ego) en het zijnde ik is de splitsing tussen de kosmos en de kosmos uit het ego. De voorstelling van creatie. De mathematische formule luidt:
{{Kosmos} - {Kosmos(ego)}}
De totale kosmos filtert zichzelf door en is mijn individuele ego. De dualiteit die hierdoor ontstaat (subject versus object), is echter louter schijnbaar en bestaat uitsluitend binnen mijn voorstelling. Zonder het 'alles' van de kosmos kan er geen individuele voorstelling van het 'ego' zijn. Er is sprake van een fundamentele correlatie: de wereld verschijnt pas wanneer mijn ego haar ordent, maar dat ego is zelf gemaakt van de natuur die het waarneemt.
3. De Drie Dimensies van de Ervaringsruimte
Binnen deze voorstelling ordent mijn brein de werkelijkheid niet langs een klassieke, lineaire tijdslijn, maar binnen een gelaagde ervaringsruimte die bestaat uit drie specifieke dimensies:
- De Eerste Dimensie: Het Niets
Het niet-zijnde kan ontologisch gezien niet het zijnde zijn; het niets is dus geen onderdeel van de materiële natuur. Binnen mijn voorstelling fungeert het echter als de onontbeerlijke eerste dimensie. Het is de onwaarneembare achtergrond, de existentiële leegte die noodzakelijk is om het 'iets' te kunnen contrasteren en ervaren. Zonder het begrip niets kan geen voorstelling zich onderscheiden van het alles. - De Tweede Dimensie: Het tijdstip, de werkelijkheid wordt ervaren. Als fixatie gevoeld.
Dit is het object, het concrete zijnde dat zich in mijn voorstelling aandient. Het is de fysieke kosmos die zich via zintuiglijke prikkels manifesteert aan de atomaire eenheid die ik ben, in de tijd als ogenblik, tijdstip, en moment. -
De Derde Dimensie: De duur. De bewegende werkelijkheid wordt waargenomen.
Deze dimensie is de pure neerslag van de ordenende werking van mijn brein. Hierbinnen bestaan tijd (als duur en als het actuele ogenblik van bepaling als tijdstip van begrenzing.), causaliteit en de wil. En door de dimensies die eraan vooraf gaan.
4. Causaliteit, Toeval en de Symmetrie van de Wil
Causaliteit (oorzaak en gevolg) is geen fysiek object dat in de natuur kan worden opgeraapt; het is een immanente wetmatigheid die uitsluitend binnen mijn voorstelling bestaat. Oorzaak en gevolg hebben tijd nodig om zich te voltrekken; de tijd als 'duur' is dan ook de drijvende kracht achter deze derde dimensie.
Wanneer ik de werkelijkheid waarneem, weet ik dat het ordelijk wetmatig (waargenomen immanentie) is als ik causaliteit zie. Als ik chaos waarneem, weet ik dat het zeker correlatief is, en mogelijk nog niet geweten causaal. Maar het blijft voor mij ook mogelijk dat het alleen correlatief is. Zeker is het wel dat chaos 'niet niets' is; er dient zich altijd een fundament aan.
Binnen deze ordening is de wil voor mij niet schijnbaar. Mijn lichaam, an sich object, dat mijn ego draagt en mijn ego is, loopt parallel met een waargenomen object mee. Doorde mogelijkheid van het bestaan van toeval en willekeur lijkt er iets ordenend buiten de voorstelling te zijn. En ondertussen lopen de niet waargenomen objecten ook mee. En net zoals het zijnde niet zonder het niet-zijnde kan, bestaat er een strikte mathematische symmetrie tussen de vrije wil en de onvrije wil. Als de wil bestaat, moet de vrije wil (het niet-toeval niet-wetmatige) bestaan, en dan moet de onvrije wil (het wetmatige) ook bestaan. De onvrije wil verankert mij in de causale, wetmatige keten van de materiële natuur (de tweede dimensie). De vrije wil stelt mijn intellect in staat om via de derde dimensie keuzes te maken en orde te scheppen. Ze zijn twee kanten van dezelfde medaille.
5. Esthetica en het Einde van de Voorstelling
Waar het niets in de ontologie onwaarneembaar is, krijgt het binnen mijn ego betekenis als waarde. Zoals de wiskunde de nul heeft ontdekt, of na uitgevonden te zijn zijn waarde ontdekt heeft. De voorstelling hieruit valt binnen het domein van de esthetica. Esthetica bestaat als waardebepaling uitsluitend in mijn ego. Het is de manier waarop ik de relatie tussen de drie dimensies weeg, het schoonheid waarneem.
Bijgevolg is er voor mij geen zin van het leven. De echte reden tot verder leven is zin in het leven. Bij het wegvallen van leven stopt de voorstelling van het individuele ego. Het wordt daarna (wel mogelijk) in de voorstelling herinnerd te worden door de individuele ego's die nog leven. De zin in het leven, begrepen als vitale energie, kan dan gevoeld worden, maar alleen als er uit die energie gehandeld is.
De ultieme consequentie van mijn model is evenwel absoluut: als de laatste mens sterft, sterft de eerste. Omdat tijd, duur en causaliteit uitsluitend bestaan bij de gratie van de ordenende werking van het menselijk brein, implodeert de volledige derde dimensie op het moment dat de laatste waarnemer verdwijnt. Zonder waarnemer is er geen verleden meer waarin een eerste mens heeft kunnen bestaan. De geschiedenis lost op. Wat overblijft, is de pure, tijdloze eerste stelling: de objectieve natuur als een eeuwigdurende, ongedifferentieerde correlatie. En alleen als zijnde, niet een geweest zijnde.
Conclusie
Ideologieën, Religies, alle -ismenzijn gevaarlijk, gezien de ethische risico's op dogmatisme. Deze filosofische constructie, althans dat hoop ik, weigert dan ook consequent te vervallen in dogmatische systemen. Het ego ziet zichzelf als de ontwerper van de wereld waarin het leeft, maar is tegelijkertijd de materie waaruit die wereld is opgebouwd. Mijn voorstelling is een tijdelijke, schitterende ordening van de kosmos door de kosmos zelf – een raderwerk dat even wetmatig verschijnt als dat het weer spoorloos in de oneindige natuur oplost.
Contact
-
E-mailPlease log in to contact the artist
Werken
Bob Jansen
Inanna
Bob Jansen
Burlesque
Bob Jansen
Berlin
Bob Jansen
Rio
Bob Jansen
Paprika
Bob Jansen
Maartje