HUP 02 in beeld: vijftien kunstenaars tonen het resultaat van een jaar experiment
Als je de BLANCO-zaal binnenstapt, merk je meteen hoeveel mogelijkheden de grote open ruimte biedt. Tegelijk hangt er een bijzondere sfeer: de tentoonstelling van HUP 02 is het laatste project dat hier plaatsvindt en markeert het einde van bijna tien jaar NUCLEO-werking op deze locatie.
De vijftien kunstenaars hebben elk een eigen plek gevonden in de zaal. Gents kunstenaarscollectief Shift nam de scenografie onder handen en gaf alle werken volop ruimte om te ademen. Een overkoepelend thema is er niet. In plaats daarvan ontvouwt zich een verzameling van persoonlijke artistieke trajecten. Al wandelend door de tentoonstelling ontmoet je tekeningen, textielwerken, keramiek en objecten, naast schilderijen, glaswerk en installaties. De diversiteit is groot, maar nergens voelt ze versnipperd aan. Integendeel: tussen de werken ontstaan onverwachte verbanden, waardoor de tentoonstelling een sterke samenhang krijgt.
Cootje Veelenturf pakt uit met een groot textielwerk waarin ze haar fascinatie voor selkies toont. Die mythologische wezens uit Schotse, Ierse en IJslandse volksverhalen kunnen van gedaante wisselen tussen zeehond en mens door hun zeehondenhuid uit of aan te trekken. ‘Het werk staat symbool voor mijn artistieke zoektocht', legt Cootje uit. ‘Met textiel heb ik een uitdrukkingsvorm gevonden waarin ik mijn intuïtie en herinneringen in gelaagde composities kan tonen.’ HUP betekende voor haar een nieuwe stap in die verkenning. ‘Ik kocht een naaimachine die me in staat stelt om met andere stoffen te werken en verder te experimenteren. HUP hielp me om erkenning te vinden voor wat ik daarmee wil uitdrukken.’
Een persoonlijke migratiegeschiedenis vormt al geruime tijd een belangrijke inspiratiebron in het werk van Lyra Oey. Uit haar familieverhaal, dat wortelt in Indonesië, put ze dagboekfragmenten, foto's, brieven en found footage, die ze verwerkt tot een eigen artistieke beeldtaal. ‘Voor het HUP-project richtte ik me op een technisch onderzoek’, vertelt Oey. ‘Voor het eerst gebruikte ik mijn bronmateriaal om keramische zeefdrukken te maken. Klei is voor mij een geschikt medium om herinneringen vast te leggen. Het materiaal geeft de beelden bovendien een extra gelaagdheid en karakter.’
Zes levensgrote poppen flankeren een mobiel atelier. Jolinde Deprez ontwikkelde een rondreizende werkplek die naar mensen toekomt, in plaats van omgekeerd. ‘Met HUP greep ik de kans om een participatief project op te zetten met cliënten van Voluit, een organisatie die begeleiding aanbiedt aan mensen met een verstandelijke beperking, autisme of niet-aangeboren-hersenletsel. Met Geneviève, Gudrun, Henri, Jeannine, Marie en Sigrid werkte ik rond het thema zelfportret. Samen creëerden we 6 eclectische multi-textile poppen en zetten zo tastbare herinneringen om in textiele objecten.’
Geert Thijs komt via een opvallende werkwijze tot zijn tekeningen. In een 3D-programma bouwt hij hoofden en lichamen die hij vervolgens in digitale simulaties vervormt, uitrekt en samenperst tot intrigerende beelden. Pas daarna begint het eigenlijke tekenwerk: met potlood en houtskool vertaalt hij die virtuele constructies minutieus naar papier. ‘Dat is iets heel anders dan AI-beelden maken’, benadrukt Geert. ‘Ik creëer zelf de 3D-modellen en manipuleer ze tot er iets ontstaat dat mij boeit.' Het bestuderen en tekenen van het beeld zelf ziet hij als een dagenlange zen-oefening. ‘Dankzij HUP heb ik symbolisch kapitaal opgebouwd’, vertelt Geert nog. ‘Ik vind het bijzonder dat er geen leeftijdsgrens aan de oproep is verbonden. Het toont dat je ook op latere leeftijd relevant werk kan maken en daar erkenning voor kan krijgen.’