Burnout
Dit werk is een **olieverfschilderij van 160 × 100 cm** waarin een grote zwevende haas boven de kunstenaar verschijnt terwijl hij brandt. Het beeld balanceert tussen droom, symboliek en persoonlijke ervaring. De scène toont een moment dat tegelijk stil en intens is: een figuur in een toestand van verbranding of uitputting, terwijl een dierlijk wezen boven hem lijkt te zweven als een stille getuige, beschermer of misschien zelfs een projectie van het innerlijke leven. Het schilderij wordt aangevuld met twee kaarshouders die in het werk geïntegreerd zijn. Deze zijn gemaakt van restonderdelen van IKEA-meubels en vormen een functioneel element binnen het beeld. Door kaarsen in het werk te plaatsen en ze te laten branden totdat ze vanzelf doven, wordt de kijker onderdeel van een langzaam ritueel dat zich herhaalt telkens wanneer het werk wordt geactiveerd.
De scène zelf is eenvoudig maar geladen met betekenis. De figuur van de kunstenaar bevindt zich in een toestand van verbranding, een beeld dat kan worden gelezen als een metafoor voor **uitputting, transformatie of overbelasting**. Vuur heeft in veel culturele tradities een dubbele betekenis. Het kan vernietigen, maar ook reinigen en transformeren. In dit werk lijkt het vuur niet alleen destructief te zijn, maar ook een toestand van overgang te suggereren. De figuur is niet alleen slachtoffer van het vuur; hij lijkt er tegelijkertijd deel van te worden. Hierdoor ontstaat een beeld dat verwijst naar de spanning tussen **verlies van controle en een mogelijke vorm van ontsnapping**.
Boven deze scène zweeft een grote haas. De haas is een dier dat in veel culturen en verhalen een bijzondere symbolische rol speelt. In volksverhalen wordt het vaak geassocieerd met snelheid, ontsnapping en overleving. In andere contexten verschijnt de haas als een mysterieus of bijna spiritueel dier. In dit werk fungeert de haas als een ambigue aanwezigheid. Hij kan worden gezien als een beschermend figuur, een gids of een droomachtig alter ego van de kunstenaar zelf. Tegelijkertijd blijft zijn betekenis open. De haas zweeft boven de scène zonder direct in te grijpen, waardoor hij eerder een **observator of symbool van afstand** wordt.
De keuze voor een dier in plaats van een menselijke figuur benadrukt ook het idee van instinct en vlucht. Dieren reageren vaak direct op gevaar en zoeken instinctief een uitweg. In contrast daarmee lijkt de menselijke figuur in het schilderij gevangen in een toestand van stilstand of overbelasting. Deze tegenstelling tussen de **bewegingsvrijheid van het dier en de kwetsbaarheid van de mens** vormt een belangrijke spanning binnen het beeld.
Het werk speelt daarnaast met de relatie tussen **beeld en object**. De twee kaarshouders die in het schilderij zijn geïntegreerd doorbreken de traditionele grens tussen schilderkunst en sculptuur. Ze zijn gemaakt van restonderdelen van IKEA-meubels, materialen die oorspronkelijk ontworpen zijn voor massaproductie en dagelijkse functionaliteit. Door deze onderdelen opnieuw te gebruiken, worden ze onderdeel van een kunstwerk dat zich beweegt tussen schilderkunst, installatie en object.
Dit gebruik van bestaande materialen sluit aan bij een bredere interesse in **hergebruik en transformatie**. In plaats van nieuwe materialen te produceren, wordt er gewerkt met onderdelen die al een functie hebben gehad in een ander context. Hierdoor dragen ze sporen van hun eerdere leven met zich mee. Wanneer deze elementen in het schilderij worden geplaatst, veranderen ze van betekenis. Wat ooit een anoniem onderdeel van een meubel was, wordt een zichtbaar onderdeel van een ritueel en een beeld.
De kaarsen introduceren een belangrijk tijdelijk element in het werk. Wanneer een kaars wordt aangestoken, begint er een langzaam proces dat niet kan worden versneld of gestopt zonder de handeling te onderbreken. Het branden van een kaars creëert een vorm van tijd die zich traag ontvouwt. Terwijl de vlam kleiner wordt en de kaars langzaam opbrandt, verandert ook de ervaring van het werk.
Dit proces verwijst naar een vorm van **ritualiteit**. Het plaatsen en aansteken van een kaars is een handeling die in veel culturen voorkomt. In religieuze contexten wordt een kaars vaak aangestoken als een gebaar van herinnering, hoop of meditatie. In dit werk krijgt die handeling een meer open betekenis. De kijker wordt uitgenodigd om de kaars te plaatsen, aan te steken en te wachten tot ze uitbrandt. Hierdoor ontstaat een moment van aandacht en vertraging.
Het wachten tot de kaars volledig is opgebrand maakt de kijker bewust van tijd en van de eigen aanwezigheid bij het werk. De handeling is klein en eenvoudig, maar creëert een moment van **herhaling en contemplatie**. Elke keer dat de kaars wordt vervangen en opnieuw wordt aangestoken, begint het proces opnieuw. Zo ontstaat een cyclisch ritueel dat het werk telkens opnieuw activeert.
Binnen het beeld van de brandende figuur krijgt deze cyclus nog een extra betekenislaag. Terwijl de figuur in het schilderij lijkt te branden in een moment van intensiteit, brandt de kaars langzaam en gecontroleerd. Het ene vuur is dramatisch en symbolisch, het andere is klein en functioneel. Deze tegenstelling benadrukt opnieuw het spanningsveld tussen **chaos en beheersing, tussen uitputting en rust**.
Het gebruik van IKEA-onderdelen voegt ook een subtiele sociale dimensie toe aan het werk. IKEA is wereldwijd een symbool geworden van betaalbaar design, massaproductie en het moderne interieur. Door restonderdelen van deze meubels te gebruiken, wordt een materiaal uit de wereld van **consumptie en dagelijkse functionaliteit** verplaatst naar een context van reflectie en symboliek.
Dit gebaar kan ook worden gelezen als een kleine poging om **afval en overtollige productie te herdenken**. In een wereld waarin objecten vaak snel worden vervangen en weggegooid, wordt hier een alternatief voorgesteld: materialen kunnen opnieuw worden gebruikt en een andere betekenis krijgen. De kaarshouders zijn dus niet alleen functionele elementen, maar ook stille herinneringen aan de mogelijkheid van hergebruik.
De combinatie van schilderkunst en object benadrukt bovendien de fysieke aanwezigheid van het werk. Waar een schilderij normaal gesproken een gesloten oppervlak is, opent dit werk zich naar de ruimte van de kijker. De kaarsen steken letterlijk uit het schilderij naar voren en brengen een echte vlam in het beeld. Hierdoor ontstaat een directe relatie tussen het geschilderde vuur en het echte vuur van de kaars.
Deze relatie tussen realiteit en afbeelding speelt een belangrijke rol in de ervaring van het werk. Het schilderij toont een fictieve scène, maar de kaarsen brengen een echt element van tijd, warmte en licht in het werk. Hierdoor wordt de grens tussen **beeld en werkelijkheid** tijdelijk opgeheven.
De aanwezigheid van de kunstenaar in het beeld maakt het werk ook persoonlijk. Door zichzelf in een kwetsbare situatie af te beelden, ontstaat een vorm van zelfreflectie. De brandende figuur kan worden gelezen als een metafoor voor de druk, vermoeidheid of intensiteit die gepaard kan gaan met het maken van kunst of met het bestaan in het algemeen.
Toch blijft het werk open voor verschillende interpretaties. De scène is niet volledig uitgelegd of vastgelegd. De haas, het vuur en het ritueel van de kaarsen vormen samen een beeld dat uitnodigt tot reflectie zonder één duidelijke betekenis op te leggen. Dit open karakter is belangrijk omdat het ruimte laat voor de ervaring van de kijker.
Binnen mijn artistieke praktijk is dit werk representatief voor een bredere interesse in **hybride vormen tussen schilderkunst, object en ritueel**. Ik ben geïnteresseerd in hoe een kunstwerk niet alleen een beeld kan zijn, maar ook een handeling of een ervaring. Door functionele elementen in een schilderij te integreren, ontstaat een werk dat niet alleen bekeken wordt, maar ook gebruikt of geactiveerd kan worden.
Daarnaast speelt het hergebruik van materialen een belangrijke rol in mijn praktijk. Materialen dragen altijd een geschiedenis met zich mee. Door ze opnieuw te gebruiken in een andere context, ontstaan nieuwe betekenissen en relaties. In dit werk worden restmaterialen uit de wereld van massaproductie gecombineerd met een persoonlijk en symbolisch beeld.
Ook de aanwezigheid van dieren en hybride figuren komt vaker terug in mijn werk. Dieren functioneren vaak als symbolische of instinctieve tegenhangers van menselijke figuren. Ze kunnen een gevoel van vrijheid, ontsnapping of mysterie introduceren. In dit schilderij vervult de haas precies die rol: een stille aanwezigheid die boven de scène zweeft en het beeld een droomachtige dimensie geeft.
Uiteindelijk draait het werk om een combinatie van **uitputting en ontsnapping, vuur en rust, beeld en handeling**. Het schilderij toont een moment van intensiteit, terwijl het ritueel van de kaarsen een langzame en contemplatieve tijd introduceert. Door deze elementen samen te brengen ontstaat een werk dat zowel visueel als fysiek ervaren kan worden.
Elke keer dat een kaars wordt aangestoken en langzaam opbrandt, herhaalt zich een klein ritueel van aandacht en tijd. Op die manier blijft het werk zich voortdurend vernieuwen. Het beeld blijft hetzelfde, maar de ervaring verandert telkens opnieuw met elke vlam die verschijnt en weer verdwijnt.